ECLI:NL:RVS:2015:3602
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verlenging tewerkstellingsvergunning
Bij besluit van 21 maart 2014 heeft de Raad van Bestuur een aanvraag van appellante om verlenging van de geldigheidsduur van een tewerkstellingsvergunning voor een vreemdeling in de functie van frituurkok afgewezen. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk omdat zij reeds beschikte over een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (gvva) voor de vreemdeling, geldig van 22 december 2014 tot 22 december 2015.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat zij belang had bij zekerheid over de samenstelling van haar keukenteam na afloop van de gvva. De Raad van State overwoog dat dit belang ziet op een toekomstige, onzekere situatie en dat het beschikken over een gvva voor de vreemdeling niet leidt tot de door appellante gewenste zekerheid.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.