ECLI:NL:RVS:2015:3622
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag wegens onjuiste inschrijving en medebewoning
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 22 april 2014 de huurtoeslag van appellant over 2010 op nihil en vorderde €906 aan voorschotten terug. Dit omdat appellant pas vanaf 15 september 2010 in de GBA op het adres stond ingeschreven en omdat in de periode oktober tot december 2010 meerdere personen op hetzelfde adres stonden ingeschreven, waardoor geen sprake was van een zelfstandige woonruimte bewoond door appellant alleen.
Appellant voerde aan dat hij een zelfstandige woonruimte huurde en dat het voor hem onmogelijk was aan te tonen dat de andere ingeschreven personen niet tot zijn huishouden behoorden. De rechtbank oordeelde echter dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd, zoals een huurovereenkomst of een verklaring van de verhuurder, en dat de overgelegde foto’s niet overtuigend waren.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en verwijst naar de jurisprudentie dat de Belastingdienst mag uitgaan van één zelfstandige woning per GBA-adres en dat het aan de aanvrager is om te bewijzen dat er meerdere zelfstandige woningen zijn en dat de medebewoners niet tot hetzelfde huishouden behoren.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 maart 2015. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.