ECLI:NL:RVS:2015:3639
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring en proceskostenvergoeding Wob-verzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Renkum heeft op 11 juni 2013 een Wob-verzoek van appellant deels toegewezen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om proceskostenvergoeding. Het college besloot op 27 november 2013 het bezwaar deels gegrond te verklaren door aanvullende informatie openbaar te maken, maar wees de proceskostenvergoeding af.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk vanwege twijfel over de geldigheid van de machtiging van de gemachtigde. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de machtiging van 7 oktober 2013 voldoende specifiek was en dat de gelegaliseerde handtekening van appellant op de machtiging rechtsgeldig was. De niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank was daarom onterecht. Vervolgens behandelde de Afdeling de inhoudelijke beroepsgronden en concludeerde dat het college terecht de proceskostenvergoeding had afgewezen, omdat het besluit niet herroepen was wegens aan het college te wijten onrechtmatigheid.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding afgewezen, maar de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank wordt vernietigd.