ECLI:NL:RVS:2015:364
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek weigerde op 16 februari 2010 een bouwvergunning voor een overkapping op een perceel te verlenen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarbij het college werd veroordeeld tot het betalen van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, stelde het college hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de overschrijding van ruim een jaar en twee maanden bij het nemen van het besluit op bezwaar aan het college is toe te rekenen en niet gerechtvaardigd is door de complexiteit van de zaak of het gedrag van de wederpartij. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de wederpartij door de overschrijding immateriële schade heeft geleden, aangezien spanning en frustratie bij overschrijding van de redelijke termijn worden vermoed, tenzij bijzondere omstandigheden dit tegenspreken.
Het college voerde aan dat geen sprake was van schade omdat de overkapping was gebouwd en in gebruik was, en dat de wederpartij geen spanning of frustratie had getoond. Deze omstandigheden zijn echter niet voldoende om de veronderstelling van immateriële schade te weerleggen. Ook het betoog dat het griffierecht ten onrechte werd vergoed faalde. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt bevestigd, waarbij het college immateriële schadevergoeding moet betalen wegens overschrijding van de redelijke termijn.