ECLI:NL:RVS:2015:3651
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste behandeling betalingsonmacht griffierecht in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris wees op 24 juli 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten niet-ontvankelijk vanwege het niet betalen van griffierecht.
De vreemdeling voerde aan dat zij illegaal in Nederland verbleef en geen inkomen had, noch recht op sociale uitkeringen, waardoor zij betalingsonmacht had. De rechtbank had geen grond gezien voor betalingsonmacht omdat het vermogen van de vreemdeling en haar moeder niet was aangetoond. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank de vreemdeling niet in de gelegenheid had gesteld om een verklaring over het ontbreken van vermogen te overleggen, wat in strijd is met artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor nieuwe behandeling met inachtneming van de juiste procedure. Tevens stelde zij de proceskosten vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.