ECLI:NL:RVS:2015:3653
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Sri Lanka
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 16 april 2015 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 mei 2015 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was. De staatssecretaris klaagde dat de rechtbank ten onrechte het ambtsbericht van oktober 2014 als nieuw feit had aangemerkt, terwijl volgens hem geen wezenlijke verslechtering van de situatie voor Tamils in Sri Lanka was gebleken. De Raad van State volgde de eerdere jurisprudentie en oordeelde dat het beroep van de staatssecretaris gegrond was.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het afwijzingsbesluit van 16 april 2015 alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De zaak betreft de beoordeling van gewijzigde feiten of omstandigheden en de toepassing van het ambtsbericht in het kader van het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.