ECLI:NL:RVS:2015:3661
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsontnemende maatregel wegens onvoldoende motivering en kennisvergaring
Bij besluit van 2 september 2015 legde de staatssecretaris aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de maatregel voldoende was gemotiveerd, terwijl de staatssecretaris onvoldoende kennis had vergaard over de toepassing van een lichter middel. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet duidelijk had gemaakt dat het aan de vreemdeling was om bijzondere omstandigheden aan te voeren en dat er geen concrete vragen waren gesteld over die omstandigheden. Hierdoor kleefde aan het besluit een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de maatregel reeds was opgeheven, bleef een bevel achterwege. De vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van 2 tot 10 september 2015. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en een vergoeding toegekend.