ECLI:NL:RVS:2015:371
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding kosten bezwaar bij toevoegingsaanvraag
Appellant vroeg op 28 augustus 2013 een toevoeging aan voor rechtsbijstand bij een dagvaarding op 8 oktober 2013. De raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek op 26 september 2013 af, omdat er al een eerdere toevoeging was verstrekt voor een dagvaarding van 13 maart 2013. Appellant stelde dat deze eerdere dagvaarding nietig was verklaard, maar gaf dit niet aan bij de aanvraag. De raad herzag het besluit op bezwaar en verleende alsnog een toevoeging, maar wees een verzoek om vergoeding van gemaakte kosten in bezwaar af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met het feit dat de eerdere toevoeging was gedeclareerd en vastgesteld nadat de dagvaarding nietig was verklaard, en dat de raad daardoor op de hoogte had moeten zijn van deze situatie. De Raad van State oordeelde echter dat appellant niet had voldaan aan zijn informatieplicht om de nietigverklaring van de eerdere dagvaarding te melden bij de aanvraag. De raad kon op basis van de verstrekte gegevens niet weten dat de eerdere dagvaarding nietig was verklaard en had geen aanleiding om nadere informatie op te vragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het besluit van 26 september 2013 niet onrechtmatig was en dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard. Er was geen reden tot proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de vergoeding van kosten in bezwaar en verklaart het hoger beroep ongegrond.