ECLI:NL:RVS:2015:3711
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat ouders niet in aanmerking komen voor mvv op grond van meerderjarigheid van het kind
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 10 april 2014 aanvragen af van vreemdelingen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De vreemdelingen, ouders van een in Nederland verblijvend kind met een verblijfsvergunning asiel, stelden dat zij recht hadden op verblijf op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en de Europese Richtlijn 2003/86/EG.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat de referent, het kind, ten tijde van de aanvraag meerderjarig was en dat de wettelijke bepalingen alleen voorzien in verblijf voor ouders van een alleenstaande minderjarige. De leeftijd van het kind bij de aanvraag is bepalend.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris het besluit terecht had genomen en dat de rechtbank onjuist had geoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvragen bevestigd.