ECLI:NL:RVS:2015:3729

Raad van State

Datum uitspraak
9 december 2015
Publicatiedatum
9 december 2015
Zaaknummer
201500469/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 52 Eindexamenbesluit VO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking havo-diploma wegens voorkennis examenopgaven

In mei 2013 werden examenopgaven van vmbo, havo en vwo gestolen bij de Islamitische Scholengemeenschap Ibn Ghaldoun te Rotterdam. Naar aanleiding hiervan stelde de Inspectie van het Onderwijs een inkeerregeling in, waarbij leerlingen die voorkennis hadden konden herkansen. Appellant maakte geen gebruik van deze regeling.

Op basis van onderzoek bleek dat appellant voorafgaand aan het centraal examen beschikte over de opgaven van de vakken Engels en Economie. De rector van het Libanon Lyceum verklaarde deze toetsen ongeldig en trok het besluit tot het verstrekken van het havo-diploma in. De commissie van beroep verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de rechtbank bevestigde dit besluit.

In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn belangen en dat de procedure in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, hetgeen niet ter beoordeling stond. De Raad van State oordeelde dat de rector bevoegd was het diploma in te trekken, dat appellant bekend was met de gevolgen van zijn handelen en dat het maatschappelijk belang bij de betrouwbaarheid van het diploma zwaarder woog dan het individuele belang van appellant.

De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van het havo-diploma wegens voorkennis van examenopgaven.

Uitspraak

201500469/1/A2.
Datum uitspraak: 9 december 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 5 december 2014 in zaken nrs. 14/3915 en 14/3671 in het geding tussen:
[appellant]
en
de rector van het Libanon Lyceum.
Procesverloop
Bij besluit van 4 februari 2014 heeft de rector het besluit aan [appellant] het havo-diploma te verstrekken, ingetrokken.
Bij besluit van 24 april 2014 heeft de rector het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 5 december 2014 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De rector heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 oktober 2015, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. I. Car, advocaat te Rotterdam, en de rector, vertegenwoordigd door [locatiedirecteur] van het Libanon Lyceum, en mr. N.J.A.P.B. Niessen, en mr. I.C. Bierkens, beiden advocaat te Eindhoven, zijn verschenen.
Overwegingen
1. In mei 2013 is uit de kluis van de Islamitische Scholengemeenschap Ibn Ghaldoun te Rotterdam een groot aantal examens van het vmbo, havo en vwo ontvreemd. Naar aanleiding van deze diefstal en verspreiding van de opgaven is door de Inspectie van het Onderwijs op 13 juni 2013 een inkeerregeling bekend gemaakt, die inhield dat alle leerlingen die voorinzage hebben gehad in de opgave van een of meer vakken zich konden melden bij de directeur van de school. Deze leerlingen kregen de gelegenheid opnieuw examen in het desbetreffende vak af te leggen. Werd door een leerling van deze regeling geen gebruik gemaakt en zou komen vast te staan dat die leerling voorkennis had van de opgaven voor een of meer examens, dan zou het diploma vervallen.
Op 17 oktober 2013 is bekend geworden dat politie en Openbaar Ministerie ervan uitgaan dat [appellant] voorafgaand aan het centraal examen beschikte over de opgaven voor de examens Engels en Economie. Onder meer is gebleken dat vanuit zijn thuisadres is ingelogd op een e-mailaccount dat is gebruikt voor de verspreiding van het examen Economie. Voor het inloggen was een wachtwoord vereist. Uit chatgesprekken met een andere verdachte is gebleken dat [appellant] diverse keren met die andere verdachte heeft afgesproken in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Deze andere verdachte beschikte over de examens Economie en Engels.
Naar aanleiding hiervan heeft de rector van het Libanon Lyceum op 4 februari 2014 de toetsen Engels en Economie van het door [appellant] afgelegde centraal examen ongeldig verklaard en heeft de rector het besluit aan [appellant] het havo-diploma te verstrekken, ingetrokken.
Bij besluit van 15 april 2014 heeft de commissie van beroep eindexamens openbaar voortgezet onderwijs Rotterdam het beroep van [appellant] tegen de ongeldigverklaring van de toetsen Economie en Engels ongegrond verklaard. Daartegen heeft [appellant] geen rechtsmiddel aangewend.
2. [ appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de intrekking van het diploma rechtsgeldig is en onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen.
2.1. Of de procedure over het ongeldig verklaren van de toetsen Economie en Engels in strijd is met artikel 6 van Pro Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden, zoals [appellant] betoogt, staat in deze procedure niet ter beoordeling.
2.2. Ingevolge artikel 52, tweede lid, van het Eindexamenbesluit VO reikt de directeur op grond van de definitieve uitslag aan elke voor het eindexamen geslaagde kandidaat een diploma uit.
2.3. Bij besluit van 4 februari 2014 heeft de examensecretaris van het Libanon Lyceum de toetsen Engels en Economie van het door [appellant] afgelegde centraal examen 2013 ongeldig verklaard op grond van de overweging dat [appellant] voorafgaand aan het centraal examen over de opgaven van deze vakken beschikte. Met dat besluit is aan het besluit tot het verstrekken van het havo-diploma de grondslag komen te ontvallen, nu niet is voldaan aan de voorwaarden voor het behalen van het diploma. De rector kan daarom in dit geval, ook bij het ontbreken van een uitdrukkelijke wettelijke grondslag, niet de bevoegdheid worden ontzegd het besluit tot het verstrekken van het havo-diploma in te trekken. Omdat [appellant] over de opgaven van deze vakken beschikte en de inkeerregeling publiekelijk is bekendgemaakt, kende hij de gevolgen van zijn handelen, zodat de intrekking ook niet in strijd is met de rechtszekerheid.
De rector hoefde, mede gelet op het maatschappelijk belang bij het veiligstellen van de waarde en betrouwbaarheid van het havo-diploma, niet te wachten met het intrekken van het havo-diploma tot het besluit tot ongeldigverklaring van de toetsen Engels en Economie van het door [appellant] afgelegde centraal examen 2013 in rechte onaantastbaar was.
2.4. De rector heeft voorts het belang bij het veiligstellen van de waarde en betrouwbaarheid van afgegeven diploma’s zwaarwegender kunnen achten dan het belang van [appellant] bij het behouden van zijn diploma. Nu [appellant] geen gebruik heeft gemaakt van de inkeerregeling, heeft hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn diploma zou worden ingetrokken. Derhalve bestaat geen grond voor het oordeel dat de rector had moeten volstaan met het geven van de mogelijkheid aan [appellant] om alsnog het centraal examen in de vakken Economie en Engels af te leggen.
2.5. Het betoog faalt. De rechtbank is terecht tot de conclusie gekomen dat de rector terecht het besluit aan [appellant] een havo diploma te verstrekken heeft ingetrokken.
3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, griffier.
w.g. Van Altena w.g. Poot
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2015
362.