ECLI:NL:RVS:2015:3733
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N.S.J. Koeman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke sluiting coffeeshops wegens overtreding ingezetenencriterium en jeugdigencriterium
De burgemeester van Maastricht legde aan [appellant] en anderen bestuursdwanglasten op tot sluiting van tien coffeeshops vanwege overtredingen van het ingezetenencriterium en in één geval ook het jeugdigencriterium. De rechtbank Limburg verklaarde de beroepen van de appellanten ongegrond. De appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraken van de rechtbank. Zij oordeelde dat het ingezetenencriterium een indirect onderscheid naar nationaliteit maakt, maar dat dit onderscheid gerechtvaardigd is omdat het drugstoerisme in Maastricht als grensgemeente een groot probleem vormt. Het ingezetenencriterium is een geschikt en evenredig middel om drugstoerisme tegen te gaan en de daarmee samenhangende criminaliteit te verminderen.
De Raad van State verwierp het betoog dat het ingezetenencriterium onrechtmatig zou zijn en dat het leidt tot meer overlast. Het WODC-rapport en andere onderzoeken tonen juist aan dat drugstoerisme sterk is afgenomen sinds de invoering en handhaving van het ingezetenencriterium. Ook de stelling dat het criterium in strijd is met het Twaalfde Protocol bij het EVRM werd verworpen.
De Afdeling concludeerde dat de burgemeester terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot het opleggen van bestuursdwang en dat de bewijslastverdeling niet onredelijk was. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bestuursrechtelijke sluiting van coffeeshops wegens overtreding van het ingezetenencriterium en jeugdigencriterium.