ECLI:NL:RVS:2015:374
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens bigamie en verzwijging relevante feiten
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de intrekking van zijn Nederlanderschap door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit besluit was gebaseerd op het feit dat appellant bij zijn naturalisatieverzoek had verzwegen dat hij al gehuwd was, waardoor sprake was van bigamie.
De staatssecretaris had vastgesteld dat appellant op het moment van zijn naturalisatieverzoek getrouwd was met een andere vrouw in Egypte, wat in strijd is met het Nederlandse rechtsbeginsel van monogamie. Appellant voerde aan dat de huwelijksdatum onjuist was, dat de getuigenverklaringen objectief onvoldoende waren, dat het huwelijk niet rechtsgeldig was en dat de belangenafweging ten onrechte was gemaakt.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht het verificatierapport en de huwelijksakte als bewijs heeft aanvaard en dat de stellingen van appellant onvoldoende waren om deze te weerleggen. Ook is geoordeeld dat de staatssecretaris terecht heeft geconcludeerd dat appellant relevante feiten heeft verzwegen en dat de intrekking van het Nederlanderschap gerechtvaardigd is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het Nederlanderschap bevestigd.