ECLI:NL:RVS:2015:3747
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.W. van de Gronden
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Arbeidstijdenwet registratieverplichting
De minister legde aan [appellante] een boete van €88.000 op wegens twintig overtredingen van de registratieverplichting uit artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw). De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de boete terecht is opgelegd wegens het niet bewaren en overleggen van digitale registratiegegevens van de bestuurder, zoals voorgeschreven in Europese verordeningen en de Atw. De rechtsopvolging van de overtredingen door de VOF aan [appellante] is rechtsgeldig vastgesteld.
Echter, de Raad stelt vast dat de minister bij het bepalen van de boete onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden, zoals het incidentele karakter van de overtredingen, het feit dat slechts één voertuig en bestuurder betrokken waren, en het ontbreken van eerdere overtredingen. Hierdoor is de boete niet evenredig en passend.
De Raad matigt de boete met 50% tot €44.000 en vernietigt het eerdere besluit en vonnis. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante].
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet wordt gematigd van €88.000 naar €44.000.