ECLI:NL:RVS:2015:3752
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verstrekking politiegegevens en toepassing Wob versus Wpg
De korpschef van politie weigerde gedeeltelijk documenten te verstrekken aan [wederpartij] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat de verzoeken moesten worden aangemerkt als verzoeken op grond van artikel 7:18 Awb Pro en dat de korpschef de gegevens ten onrechte had onleesbaar gemaakt.
De korpschef stelde hoger beroep in bij de Raad van State en betoogde dat de verzoeken wel degelijk Wob-verzoeken waren en dat politiegegevens als bedoeld in de Wet politiegegevens (Wpg) niet via de Wob verstrekt hoeven te worden. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de verzoeken als Awb-verzoeken had aangemerkt en bevestigde dat de Wpg een uitputtende regeling bevat voor politiegegevens.
De Raad van State stelde vast dat gegevens zoals merk, type auto, datum, tijd en plaats van de overtreding en de achternaam van [wederpartij] terecht als politiegegevens zijn aangemerkt en dat de korpschef deze niet hoefde te verstrekken op grond van de Wob. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van [wederpartij] ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van [wederpartij] ongegrond verklaard.