ECLI:NL:RVS:2015:3769
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.D. van Heijningen
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsregeling bij terugvordering kinderopvangtoeslag wegens grove schuld
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de beslissing van de Belastingdienst/Toeslagen om een betalingsregeling vast te stellen voor de terugvordering van kinderopvangtoeslag over de jaren 2006, 2008, 2009 en 2010. De Belastingdienst stelde dat de terugvordering het gevolg was van grove schuld van appellant wegens het niet aanleveren van benodigde gegevens en het niet doorgeven van wijzigingen in het aantal opvanguren.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overwoog dat appellant gehouden was alle relevante gegevens te verstrekken en dat het niet voldoen aan deze verplichting als grove schuld kan worden aangemerkt. De betalingsregeling van 24 maanden werd als passend beschouwd, ook gezien de mogelijkheid rekening te houden met de beslagvrije voet.
Appellant voerde aan dat de regeling niet reëel was en dat de schuld niet te wijten was aan zijn grove schuld, maar deze argumenten werden verworpen. De Afdeling benadrukte dat het aan appellant was om aannemelijk te maken dat de benodigde stukken wel waren verzonden, wat niet is gebeurd. De Afdeling concludeert dat de terugvordering terecht is gebaseerd op grove schuld en dat de betalingsregeling passend is, waardoor het hoger beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingsregeling van 24 maanden bevestigd wegens grove schuld van appellant.