ECLI:NL:RVS:2015:377
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- J.C. Kranenburg
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade wegens voorzienbaarheid planologische ontwikkeling
Appellant heeft een aanvraag om vergoeding van planschade ingediend nadat een nieuw bestemmingsplan woningbouw mogelijk maakte nabij haar perceel, wat de waarde van haar woning verminderde. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen.
De kern van het geschil betreft de voorzienbaarheid van de planologische ontwikkeling op het moment van verkrijging van de juridische eigendom van het perceel. Appellant stelde dat de koopovereenkomst uit 1992 bepalend was en niet de latere levering in 1995, waardoor zij de schade niet behoefde te dragen. De Afdeling oordeelde dat de levering in 1995 leidend is en dat de overeenkomst uit 1992 geen betekenis meer heeft voor de voorzienbaarheid.
Verder bleek uit een advies van een extern bureau dat de planologische ontwikkeling al in 1993 voorzienbaar was. De Afdeling concludeert dat appellant de planschade terecht voor eigen rekening draagt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de planschade voor rekening van appellant blijft vanwege voorzienbaarheid van de planologische ontwikkeling.