ECLI:NL:RVS:2015:3782
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vergunning wijziging en uitbreiding veehouderij wegens stikstofdepositie
Bij besluit van 15 oktober 2013 verleende het college van Gedeputeerde Staten Utrecht een vergunning aan een veehouder voor wijziging en uitbreiding van een melkveehouderij in Soest. Milieuorganisaties, appellanten in deze zaak, stelden dat het beleid van het college omtrent een niet-significante depositietoename van maximaal 0,051 mol N/ha/jr in strijd was met de Natuurbeschermingswet 1998 en dat er sprake was van een toename van stikstofdepositie.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college in het bestreden besluit juist uitging van een afname van de stikstofemissie ten opzichte van de referentiesituatie, mede gebaseerd op een advies waarin werd vastgesteld dat de eerdere referentiesituatie onjuist was vastgesteld. De appellanten voerden aan dat het college onterecht een emissiefactor gebruikte die hoort bij permanent opgestalde melkkoeien, terwijl beweiding destijds gebruikelijk was. Het college had echter navraag gedaan bij de vergunninghouder, die bevestigde dat de gebruikte emissiefactor juist was.
De Afdeling vond geen aanleiding om het standpunt van het college te verwerpen en concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd was met artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vergunningverlening voor de veehouderij is ongegrond verklaard.