ECLI:NL:RVS:2015:3789
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet achterwege blijft ondanks medische klachten
De staatssecretaris wees het verzoek van de vreemdeling af om op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. De vreemdeling, lijdend aan PTSS en doofheid met communicatieproblemen, stelde dat staken van zijn behandeling in Nederland zou leiden tot een medische noodsituatie. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) voldoende onderbouwd waren en dat de behandeling in Rusland adequaat is, ondanks verschillen in specialisatie en communicatieondersteuning. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte als niet-medisch deskundige een eigen oordeel had gevormd en dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling kon zich inschrijven in Moskou en de medische zorg aldaar was toereikend om een medische noodsituatie te voorkomen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot uitzetting blijft in stand.