ECLI:NL:RVS:2015:3793
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens niet-nieuwe feiten
Bij besluiten van 1 februari 2013 wees de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, oordelend dat de vreemdelingen nieuwe feiten hadden aangevoerd, namelijk hun bekering tot het christendom, wat toetsing rechtvaardigde.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van nieuwe feiten, omdat de vreemdelingen al tijdens de eerdere procedure melding hadden kunnen maken van hun bekering of belangstelling voor het christendom, maar dit nalieten zonder geldige reden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdelingen al in de eerdere procedure voldoende belangstelling en gedragingen hadden getoond die zij hadden moeten melden. De overgelegde doopcertificaten vormden daarom geen nieuwe feiten. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de juiste toetsingscriteria, waaronder de relevante jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld en de rechtbank werd opgedragen te beslissen over de vergoeding van deze kosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling zonder toetsing aan vermeende nieuwe bekering.