ECLI:NL:RVS:2015:3794
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende afhankelijkheid
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 14 juli 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling in Nederland mocht blijven op grond van artikel 16, eerste lid, van de Dublinverordening, omdat hij afhankelijk zou zijn van de zorg van zijn zus. De vreemdeling overhandigde medische verklaringen waaruit bleek dat hij epileptische aanvallen heeft en baat heeft bij de zorg van zijn zus. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende had aangetoond dat hij daadwerkelijk afhankelijk is van de zorg van zijn zus, mede gezien zijn verbeterde gezondheid en het feit dat hij zich in Armenië geruime tijd zonder haar heeft weten te redden.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling niet met objectieve stukken aannemelijk had gemaakt dat alleen zijn zus hem hulp kan bieden en dat de eerdere zorg in het land van herkomst onvoldoende is om afhankelijkheid aan te nemen. De grief van de staatssecretaris slaagde, waardoor de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond werd verklaard.
Andere beroepsgronden, zoals het niet toepassen van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, het ontbreken van garanties voorafgaand aan overdracht aan Italië en het niet onderzoeken van het gezinsleven, faalden. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris voldoende rekening had gehouden met deze aspecten.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.