ECLI:NL:RVS:2015:3796
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onduidelijkheid terugkeertermijn Eritrea
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 18 november 2014 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het uitreisvisum en de terugkeertermijn uit Eritrea. De vreemdeling stelde dat het besluit van de staatssecretaris, gebaseerd op het standpunt dat hij vrijwillig kon terugkeren zonder risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro, onjuist was. De Afdeling oordeelde dat het ambtsbericht en de Vreemdelingencirculaire onvoldoende duidelijkheid bieden over de terugkeertermijn en de gevolgen van overschrijding daarvan.
De Afdeling volgde eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat bij onduidelijkheid over de terugkeertermijn niet zonder meer kan worden aangenomen dat er geen reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.