ECLI:NL:RVS:2015:3798
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens cocaïnehandel
De staatssecretaris heeft op 18 maart 2014 de verblijfsvergunning van de vreemdeling ingetrokken, de verlenging afgewezen en een inreisverbod opgelegd vanwege een veroordeling in Duitsland voor handel in cocaïne. De vreemdeling maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk, maar verklaarde het beroep tegen het inreisverbod gegrond en vernietigde dat deel van het besluit.
In hoger beroep klaagt de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit in stand heeft gelaten. De kern van het geschil betreft het deskundigenadvies van het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) dat de staatssecretaris gebruikte, waarin de strafmaat werd vastgesteld op basis van een categorie-indeling die niet voldoende inzichtelijk is gemaakt.
De Raad van State oordeelt dat het advies onvoldoende inzicht geeft waarom de strafmaat is gebaseerd op categorie 2 (rol in organisatie), terwijl recidive ook onder categorie 1 kan vallen. Omdat het advies niet vermeldt dat de vreemdeling een rol in een organisatie had, is het advies niet inzichtelijk en mocht de staatssecretaris het niet als grondslag gebruiken. De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden deel van de uitspraak en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand werden gelaten.