ECLI:NL:RVS:2015:3800
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en in stand laten rechtsgevolgen afwijzing asielaanvragen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 30 augustus 2013 de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en beval nieuwe besluitvorming. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De vreemdelingen hadden asiel aangevraagd wegens vermeende bedreigingen en mishandelingen in Armenië, gerelateerd aan politieke activiteiten van vreemdeling 1. De staatssecretaris baseerde zijn besluiten op een individueel ambtsbericht dat het asielrelaas ongeloofwaardig achtte. De vreemdelingen leverden een brief aan die volgens hen twijfel moest zaaien over de juistheid van het ambtsbericht.
De rechtbank oordeelde dat deze brief een concreet aanknopingspunt vormde voor nader onderzoek. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat de brief onvoldoende concreet is en dat de staatssecretaris het ambtsbericht terecht als basis heeft gebruikt. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover zij de rechtsgevolgen van de besluiten niet in stand liet, en deze rechtsgevolgen blijven volledig gehandhaafd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en laat de rechtsgevolgen van de afwijzingsbesluiten van de staatssecretaris volledig in stand.