ECLI:NL:RVS:2015:3802
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens beoordeling bekering
Bij besluiten van 19 september 2014 wees de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij het juiste beoordelingskader had toegepast bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de gestelde bekering van de vreemdelingen, namelijk het kader van artikel 3.35, derde lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. De rechtbank zou ten onrechte hebben geoordeeld dat de staatssecretaris dit niet had gedaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris inderdaad het juiste beoordelingskader hanteerde door te beoordelen of de verklaringen over bekering op hoofdlijnen aannemelijk waren. De grief van de staatssecretaris slaagde derhalve, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard, het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor herbehandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling.
De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld op €490,00, waarvan de vergoeding door de rechtbank moet worden beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe beoordeling.