ECLI:NL:RVS:2015:3803
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-aannemelijkheid relaas over mensenhandel bij aanvraag verblijfsvergunning
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, omdat het relaas over haar slachtofferschap van mensenhandel niet aannemelijk werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de motivering van de staatssecretaris en dat het relaas van de vreemdeling onvoldoende concreet en verifieerbaar was. De brief van een psycholoog over PTSS werd door de staatssecretaris als onvoldoende reden gezien om meer gedetailleerde verklaringen niet te verwachten.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, omdat zij haar relaas over mensenhandel niet aannemelijk had gemaakt en daarmee niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning gehandhaafd.