ECLI:NL:RVS:2015:3814
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag wegens recente veroordeling
Appellant verzocht om een verklaring omtrent gedrag (vog) voor een stage bij het Hofland Lyceum te Den Haag. De staatssecretaris weigerde deze op grond van een veroordeling van 27 november 2012 wegens mishandeling, die binnen de vierjarige terugkijktermijn viel. Appellant voerde aan dat de pleegperiode van de feiten langer was dan twee jaar vóór de uitspraak, waardoor de terugkijktermijn op de pleegperiode had moeten worden gebaseerd en niet op de datum van de uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van de datum van de rechterlijke uitspraak en niet zelfstandig mocht afwijken van de strafrechtelijke vaststellingen. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de strafrechter ook de pleegperiode beoordeelt en dat de staatssecretaris gebonden is aan de strafrechtelijke uitspraak. Het beroep van appellant faalt dan ook.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 december 2014. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verklaring omtrent gedrag wordt bevestigd.