ECLI:NL:RVS:2015:384
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens illegale tewerkstelling van Bulgaarse werknemers
De minister legde op 10 oktober 2012 een boete van €64.000 op aan [appellante] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van [appellante] tegen deze boete ongegrond, waarna [appellante] hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Bulgaarse vreemdelingen als zelfstandigen werkten en of [appellante] als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen arbeid verrichtten onder gezag van een ander en dus niet als zelfstandigen konden worden beschouwd. Tevens werd geoordeeld dat [appellante], als opdrachtgever en initiatiefnemer van het bouwproject, feitelijk werkgever was in de zin van de Wav, ook zonder arbeidsovereenkomst of direct toezicht.
Verder werden de bezwaren tegen de hoogte van de boete, het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel verworpen. De Raad van State stelde dat [appellante] onvoldoende had gedaan om de overtreding te voorkomen en dat de boete passend en evenredig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €64.000 wegens het laten werken van Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.