ECLI:NL:RVS:2015:3847
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning bouwplan hoeve en hooihuis wegens ontbreken kenbare belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Rhenen verleende op 27 november 2013 een omgevingsvergunning voor de bouw van een hoeve en een hooihuis, bestaande uit drie woningen, op een perceel te Elst. Dit bouwplan wijkt af van het bestemmingsplan wegens overschrijding van het bouwvlak, maar werd toch toegestaan op grond van artikel 2.12 van de Wabo.
Appellanten betoogden dat het college geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad had verkregen, dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden, dat de vergunning in strijd was met de rechtszekerheid en dat het bouwplan geen deugdelijke ruimtelijke onderbouwing had. De Afdeling verwierp deze bezwaren, onder meer omdat het raadsbesluit geldig was bekendgemaakt, er geen concrete toezeggingen waren die het vertrouwensbeginsel schonden, en het bouwplan binnen de bestemming 'Wonen' viel met een ruimtelijke onderbouwing die het college had gemotiveerd.
Wel stelde de Afdeling vast dat het college geen kenbare belangenafweging had gemaakt waarbij het belang van appellanten bij het woon- en leefklimaat werd betrokken. Dit is in strijd met artikel 3:4 van Pro de Awb. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven omdat het college ter zitting alsnog een belangenafweging had gemaakt die het verlenen van de vergunning rechtvaardigt.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellanten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 december 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd vanwege het ontbreken van een kenbare belangenafweging.