ECLI:NL:RVS:2015:385
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door CBR na negeren geslotenverklaring en afleiding tijdens rijden
Het CBR legde appellant op 12 maart 2013 een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op naar aanleiding van een melding van de politie over zijn rijgedrag. Appellant negeerde meerdere geslotenverklaringen en reed tegen het verkeer in, terwijl hij een mobiele telefoon in de hand hield en niet in een rechte lijn reed. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de geslotenverklaring niet kenbaar was en dat hij niet afgeleid was door audiovisuele middelen, maar deze bezwaren werden door de Raad van State verworpen. De Raad oordeelde dat het vermoeden van ongeschiktheid op feiten en omstandigheden was gebaseerd zoals voorgeschreven in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011.
Verder stelde de Raad vast dat voor het opleggen van een EMG geen daadwerkelijke gevaarzetting van de verkeersveiligheid vereist is, maar slechts een vermoeden van ongeschiktheid. De belangenafweging door het CBR was niet toegestaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de EMG wordt bevestigd.