ECLI:NL:RVS:2015:386
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag over 2007 wegens ontbreken schriftelijke overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag over 2007 voor appellante definitief vast op nihil, omdat zij niet had aangetoond dat zij de kosten had gemaakt en dat er een geldige schriftelijke overeenkomst bestond. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de toeslag met terugwerkende kracht kon worden aangevraagd en dat de opvang feitelijk had plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante stelde hoger beroep in.
De Raad van State overwoog dat op grond van de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen een schriftelijke overeenkomst tussen houder en ouder vereist is, waarin het aantal uren en de prijs van de opvang zijn opgenomen. De overgelegde overeenkomst van 15 augustus 2007 voldeed niet aan deze vereisten. Facturen en kwitanties die een latere overeenkomst zouden ondersteunen, zijn onvoldoende.
Verder stelde appellante dat het gastouderbureau de toeslag voor haar jongste kind vanaf 1 januari 2007 had aangevraagd, maar dit werd niet ondersteund door het dossier. De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot terecht teruggevorderd, aangezien de wet geen ruimte laat voor matiging van terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.