ECLI:NL:RVS:2015:3884
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van handhaving onvergunde onzelfstandige bewoning woning te Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bij besluit van 21 februari 2014 de onvergunde onzelfstandige bewoning van een woning aan een locatie te Den Haag verboden en beëindigd onder bestuursdwang. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit en het daaropvolgende besluit tot afwijzing van bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellant misbruik van recht maakt door telkens bezwaar- en beroepsprocedures te starten. Het inspectierapport, dat op ambtsbelofte is opgemaakt, vormde een betrouwbare grondslag voor het besluit. De Raad concludeerde dat de woning onzelfstandig werd bewoond in strijd met de Huisvestingswet en Huisvestingsverordening.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij niet wist of kon weten van het onrechtmatige gebruik van zijn woning. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maakten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.