ECLI:NL:RVS:2015:390
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende motivering
De Belastingdienst/Toeslagen had de kinderopvangtoeslag over 2010 voor appellant vastgesteld op € 520,00 en een bedrag van € 2.036,00 aan teveel betaalde voorschotten teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat hij onvoldoende inzicht had gekregen in de berekening en uitbetaling van de voorschotten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 23 december 2013 niet deugdelijke motivering bevatte, omdat de Belastingdienst niet voldoende inzicht had gegeven in de berekening van de toeslag en de wettelijke grondslagen daarvan. Hierdoor werd het beroep van appellant gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Desalniettemin heeft de Afdeling vastgesteld dat de Belastingdienst de hoogte van de kinderopvangtoeslag correct heeft berekend aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Wet kinderopvang, het Besluit kinderopvangtoeslag en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Ook is vastgesteld dat de terugvordering van de voorschotten terecht was.
Daarom werden de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. De Belastingdienst werd verplicht het betaalde griffierecht van appellant te vergoeden. De uitspraak werd openbaar gedaan op 11 februari 2015.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst over de kinderopvangtoeslag 2010 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.