ECLI:NL:RVS:2015:3907
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris wees op 13 september 2015 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling bescherming kon inroepen van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten tegen bedreigingen van zijn stiefzoon. De Raad stelde vast dat de politie niet heeft geweigerd aangifte op te nemen en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat discriminatie hem de toegang tot bescherming ontzegt.
Verder bevestigde de Raad dat de staatssecretaris terecht het besluit op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 als kennelijk ongegrond kon afwijzen, omdat de vreemdeling zich te kwader trouw had ontdaan van zijn identiteitsdocumenten door deze te verscheuren en weg te gooien, ondanks het overleggen van kopieën.
De overige beroepsgronden werden niet behandeld omdat de rechtbank daarover reeds een oordeel had gegeven en het hoger beroep zich daar niet op richtte. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.