ECLI:NL:RVS:2015:3910
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig besluit op bezwaar door UWV
Op 6 juni 2014 verzocht appellant op grond van de Wet openbaarheid van bestuur om informatie bij het UWV. Het UWV stelde bij besluit van 30 juli 2014 dat het verzoek niet was ontvangen en weigerde een besluit te nemen. Appellant maakte bezwaar en stelde het UWV meerdere malen in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. Op 1 december 2014 stelde appellant beroep in wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep gegrond en beval het UWV binnen drie weken een besluit te nemen en stelde een dwangsom vast voor elke dag dat het besluit uitbleef. Het UWV nam op 11 mei 2015 alsnog een besluit op bezwaar. Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, stellende dat de rechtbank ten onrechte had nagelaten de hoogte van de dwangsom vast te stellen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het UWV inderdaad een dwangsom verschuldigd is wegens het niet tijdig nemen van het besluit op bezwaar. Gezien de ingebrekestellingen en het tijdsverloop wordt de dwangsom vastgesteld op het maximale bedrag van €1.260,00. De eerdere uitspraak wordt vernietigd voor zover deze nalaat de dwangsom vast te stellen. Tevens wordt het door appellant betaalde griffierecht aan hem vergoed.
Uitkomst: De Afdeling stelt de dwangsom wegens niet tijdig besluit op bezwaar door het UWV vast op €1.260,00 en vernietigt het eerdere vonnis voor zover deze dwangsom niet was vastgesteld.