ECLI:NL:RVS:2015:392
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake vergoeding extra uren rechtsbijstand
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing door de raad van een aanvraag tot vergoeding van extra uren rechtsbijstand in een strafzaak. De raad had de aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van feitelijke of juridische complexiteit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State, maar deze constateerde dat de strafzaak inmiddels was beëindigd en de rechtsbijstand waarvoor de toevoeging was verleend feitelijk was verleend. Hierdoor was het belang van appellante bij het hoger beroep vervallen, omdat het al dan niet toekennen van de extra uren geen financiële of andere gevolgen meer heeft.
De Raad van State besloot daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en ging niet inhoudelijk in op de betogen van appellante. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang na beëindiging van de strafzaak.