ECLI:NL:RVS:2015:3947
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H.G. Sevenster
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning bedrijfswoning wegens onjuiste toetsing geurhinder en noodzaak
Het college van burgemeester en wethouders van Uden verleende op 26 mei 2014 een omgevingsvergunning eerste fase voor het bouwen van een bedrijfswoning bij een boomkwekerij in Volkel, ondanks dat dit in strijd was met het bestemmingsplan. De vergunning werd verleend zonder een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, omdat het college het project als niet in strijd met de provinciale Verordening Ruimte achtte.
Appellant betoogde dat deze verklaring wel vereist was en dat de noodzaak van de bedrijfswoning onvoldoende was aangetoond. De Afdeling oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing en adviezen van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen voldoende aannemelijk maken dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.
Daarnaast stelde appellant dat de bedrijfswoning binnen de geurcirkel van zijn veehouderij zou liggen en dat het college ten onrechte de inrichting van de boomkwekerij als veehouderij had aangemerkt. De Afdeling stelde vast dat het houden van 100 kippen niet valt onder de categorie veehouderij zoals bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, waardoor de toetsingsmaatstaf onjuist was toegepast.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen.