ECLI:NL:RVS:2015:3952
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bouwhoogtebeperkingen in bestemmingsplan Someren-dorp
De raad van de gemeente Someren stelde op 17 december 2014 het bestemmingsplan "Someren-dorp" vast, waarin bouwhoogtebeperkingen werden opgenomen voor percelen van appellanten. Appellante sub 1 betoogde dat de beperking tot 4 meter goot- en bouwhoogte ondoelmatig en onzorgvuldig was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De raad stelde dat deze beperking een voortzetting was van bestaand beleid en een bufferzone tot woonbebouwing vormde.
Appellant sub 2 voerde aan dat de bouwhoogtebeperkingen voor zijn bedrijfsperceel onredelijk beperkend waren en dat het plan zonder overleg tot stand was gekomen, in strijd met het fair play-beginsel en het verbod op détournement de pouvoir. De raad stelde dat het plan conserverend was, bestaande bouwrechten respecteerde en een afwijkingsbevoegdheid bood voor hogere bebouwing bij concrete plannen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad in redelijkheid tot de planregels kon komen, dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden, en dat er geen verplichting tot overleg bestond voorafgaand aan de vaststelling. Ook was het plan niet in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur. De beroepen van beide appellanten werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de bouwhoogtebeperkingen in het bestemmingsplan Someren-dorp zijn ongegrond verklaard.