ECLI:NL:RVS:2015:3956
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De zaak betreft een boete van €24.000,00 opgelegd aan appellant wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank had de boete gematigd tot €12.000,00, maar de minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging. Appellant stelde incidenteel hoger beroep in tegen de hoogte van de boete.
De Raad van State overwoog dat Nederland gebruik heeft gemaakt van overgangsmaatregelen die de vergunningplicht voor Roemeense werknemers tot 1 januari 2014 handhaafden. De overtreding vond plaats in de periode juli-augustus 2013. Appellant had geen onderzoek verricht naar het bedrijf dat de werkzaamheden uitvoerde, wat verwijtbaar werd geacht. De rechtbank matigde de boete vanwege de ernstige nadelige gevolgen voor appellant, die slachtoffer was van oplichting door zogenaamde Irish Travellers.
De Raad van State bevestigde dat de minister discretionaire bevoegdheid heeft bij het opleggen van boetes en dat de boete moet worden afgestemd op ernst en verwijtbaarheid. Hoewel appellant verwijtbaar handelde, rechtvaardigen de omstandigheden een matiging van 50%. De Raad van State vernietigde het deel van de uitspraak waarin de boete op €12.000,00 werd vastgesteld en stelde de boete zelf vast op €8.000,00. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen vastgesteld op €8.000,00 met 50% matiging wegens omstandigheden appellant.