ECLI:NL:RVS:2015:3965
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen last onder dwangsom voor verkeerd aanbieden bedrijfsafval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant een last onder dwangsom op wegens het niet naleven van regels omtrent het aanbieden van bedrijfsafval in gesloten containers, zoals gesteld in de Afvalstoffenverordening 2010 en het Uitvoeringsbesluit.
Appellant voerde aan dat het afval mogelijk niet van hem afkomstig was, dat de containers altijd afgesloten zijn, en dat de dwangsom onredelijk hoog was. Tevens stelde hij dat de last onder dwangsom onduidelijk was vanwege de onduidelijkheid over de term KWD-afval en dat het college ten onrechte meerdere dwangsommen tegelijk invorderde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht appellant als overtreder heeft aangemerkt op basis van processen-verbaal en foto’s. De dwangsom was proportioneel en het college bevoegd om deze op te leggen. De onduidelijkheid over KWD-afval werd weggenomen door toelichting van het college. Ook de invordering van meerdere dwangsommen in één besluit was toegestaan.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens verkeerd aanbieden van bedrijfsafval wordt ongegrond verklaard.