ECLI:NL:RVS:2015:398
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag 2008 wegens onvoldoende bewijs kostenbetaling
Appellante stelde dat zij recht had op kinderopvangtoeslag over 2008 omdat haar een voorschot was toegekend dat niet was herzien binnen de wettelijke termijn. De Belastingdienst/Toeslagen had echter het voorschot definitief vastgesteld op nihil, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de kosten van kinderopvang daadwerkelijk had betaald.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en ook de Raad van State oordeelde dat het voorschot slechts een vermoedelijk bedrag betreft en herzien kan worden. Appellante had contante betalingen aan de gastouder met kwitanties onderbouwd, maar kon niet aantonen dat zij de corresponderende geldopnames had gedaan, waardoor het bewijs onvoldoende was.
Verder faalden de betogen over het te laat ontvangen verweerschrift en het bewijsaanbod van appellante. Ook het argument dat de terugvordering van voorschotten aan het gastouderbureau moest plaatsvinden, werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet binnen de reikwijdte van het geding viel.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.