ECLI:NL:RVS:2015:3985
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing kinderopvangtoeslag wegens niet-naleving formele overeenkomstvereisten
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg die het bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen tot het op nihil stellen van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 ongegrond verklaarde.
De Belastingdienst stelde dat appellante niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het besluit over 2013 en dat de overeenkomst met het gastouderbureau niet voldeed aan de wettelijke vereisten, met name dat essentiële gegevens zoals prijs per uur, aantal opvanguren per kind per jaar en ingangsdatum ontbraken. Appellante voerde aan dat het maandoverzicht 2012 als substantieel onderdeel van de overeenkomst moest worden beschouwd en dat de Belastingdienst alle benodigde gegevens had om de toeslag te bepalen.
De Raad van State oordeelde dat de bezwaarprocedure correct was gevolgd en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Tevens bevestigde de Raad dat de overeenkomst niet voldeed aan de eisen van de Wet kinderopvang en de Regeling, en dat het maandoverzicht niet als onderdeel van de overeenkomst kon worden gezien. Het betoog dat eerdere jaren geen problemen opleverden en dat daardoor vertrouwen bestond, werd verworpen omdat de Belastingdienst niet gehouden is fouten uit het verleden te herhalen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.