ECLI:NL:RVS:2015:399
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening voorschot huurtoeslag wegens zelfstandige woonruimte
Appellant had voor 2012 een voorschot huurtoeslag ontvangen, dat bij besluit van 29 december 2012 door de Belastingdienst/Toeslagen werd herzien en vastgesteld op nihil. Dit besluit werd gehandhaafd bij bezwaar en door de rechtbank Noord-Nederland ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant een zelfstandige woonruimte huurde op het adres waar hij stond ingeschreven, terwijl ook belanghebbende op hetzelfde adres was ingeschreven en eigenaar van de woning was. De Belastingdienst kwalificeerde belanghebbende als medebewoner, waardoor appellant geen recht had op huurtoeslag.
Appellant stelde dat hij een zelfstandige woonruimte huurde met eigen toegang en wezenlijke voorzieningen, onderbouwd met een huurovereenkomst, foto’s en een plattegrond. De Raad van State oordeelde dat appellant hiermee voldoende bewijs had geleverd en dat de Belastingdienst ten onrechte het voorschot had herzien.
De Raad van State vernietigde het besluit van 25 januari 2014 en het eerdere besluit van 29 december 2012, verklaarde het hoger beroep gegrond en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst om het voorschot huurtoeslag over 2012 op nihil te stellen wordt vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.