ECLI:NL:RVS:2015:3998
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 18 maart 2014 het verzoek van de vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 15 september 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 28 april 2015 gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld door brieven van de huidige behandelaar van de vreemdeling uit juli 2014 niet aan het Bureau Medische Advisering (BMA) voor te leggen. Volgens de rechtbank had het BMA ten onrechte geconcludeerd dat er geen sprake was van concrete suïcidaliteit. De staatssecretaris stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het BMA op het moment van het advies beschikte over de relevante informatie en dat de latere brieven niet aan het BMA hoefden te worden voorgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA-advies van 13 maart 2014 zorgvuldig en inzichtelijk was en dat de latere brieven van juli 2014 niet tot een ander oordeel hadden hoeven leiden. De grief van de staatssecretaris slaagde, het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.