ECLI:NL:RVS:2015:4006
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.E.M. Polak
- S.C. van Tuyll van Serooskerken
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking vergunningen marktstandplaatsen wegens strijd met Awb
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 31 juli 2014 vergunningen voor standplaatsen op de markt aan appellant B. Na bezwaar van een derde partij, die zich niet tijdig bewust was van de besluiten, trok het college de vergunningen op 17 februari 2015 in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich op de ontvankelijkheid van het bezwaar en de rechtmatigheid van het intrekkingsbesluit.
De Raad van State oordeelde dat de belanghebbende door informatie van een lid van de marktkamer reeds op de hoogte was van het bestaan van de besluiten en dat van hem mocht worden verwacht dat hij binnen de wettelijke termijn bezwaar zou maken. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het bezwaar te laat was en ontvankelijk was. Hierdoor is het intrekkingsbesluit strijdig met artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en dient het te worden vernietigd.
De voorzieningenrechter verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het intrekkingsbesluit, en verklaarde het bezwaar van de belanghebbende niet-ontvankelijk. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoedingen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de vergunningen wordt vernietigd en het bezwaar van de belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard.