ECLI:NL:RVS:2015:4041
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Herziening boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 8 oktober 2013 legde de minister een boete van €24.000 op aan appellant wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 12 november 2015.
De Afdeling oordeelde dat de boete op basis van nieuw beleid moest worden herzien en stelde deze vast op €16.000. Tevens werd bevestigd dat vreemdeling 2 als werknemer onder gezag van appellant werkte, ondanks een huurovereenkomst die valselijk was opgemaakt. De Afdeling verwierp alle bezwaren van appellant, waaronder het beroep op het vertrouwensbeginsel en de stelling dat de werkzaamheden marginaal waren.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, bevestigde de rest van de uitspraak, herroept het oorspronkelijke boetebesluit en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt herzien en vastgesteld op €16.000, het hoger beroep wordt gegrond verklaard en proceskosten worden toegewezen.