ECLI:NL:RVS:2015:4043
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart na zedendelict
De staatssecretaris weigerde op 6 februari 2014 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) ten behoeve van een chauffeurskaart voor de taxibranche. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat appellant onherroepelijk was veroordeeld wegens meervoudige overtreding van artikel 240b, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, een zedendelict. Dit leidde tot toepassing van het verscherpte toetsingskader uit de Beleidsregels VOG-NP-RP 2013, waarbij de VOG in beginsel wordt geweigerd tenzij weigering evident disproportioneel is.
De rechtbank had geoordeeld dat de weigering niet evident disproportioneel was, mede gelet op de ernst van het delict, de proeftijd die nog liep en het ontbreken van overtuigend bewijs dat het risico op herhaling afwezig was. De Afdeling vond dat appellant onvoldoende had gemotiveerd waarom dit oordeel onjuist zou zijn en bevestigde het vonnis. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van de VOG voor de chauffeurskaart vanwege het verscherpte toetsingskader bij zedendelicten.