ECLI:NL:RVS:2015:4055
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en zelf afdoening beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 23 oktober 2015 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 november 2015 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze stelde vast dat de rechtbank ten onrechte geen standpunt innam over het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro, omdat de vreemdeling haar herkomst uit Zuid-Somalië onvoldoende aannemelijk had gemaakt. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en verklaarde het beroep tegen het besluit van 23 oktober 2015 alsnog ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 23 oktober 2015 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.