ECLI:NL:RVS:2015:4060
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris inzake uitzetting vreemdeling wegens medische zorg
De vreemdeling verzocht de staatssecretaris om op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft vanwege haar medische situatie. De staatssecretaris wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit in een uitspraak van 4 augustus 2015. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de staatssecretaris bij zijn beslissing onvoldoende rekening had gehouden met nieuwe medische informatie over de noodzaak van professionele hulp bij de toediening van antistollingsmedicatie, zoals vermeld in een brief van de huisarts. De staatssecretaris had het Bureau Medische Advisering (BMA) niet om aanvullend advies gevraagd, terwijl dat volgens vaste jurisprudentie wel vereist was.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 11 juli 2014 in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat de staatssecretaris zich niet zorgvuldig had vergewist van de medische situatie en de beschikbaarheid van noodzakelijke zorg in het land van herkomst. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van het verzoek om uitzetting achterwege te laten wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid in de beoordeling van medische zorgbehoefte.