ECLI:NL:RVS:2015:4062
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens seksuele gerichtheid
De staatssecretaris wees op 15 mei 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij deugdelijk had gemotiveerd dat de strafwetgeving tegen homoseksuele handelingen in Marokko niet actief wordt gehandhaafd. De rechtbank oordeelde dat dit niet voldoende was gemotiveerd, mede omdat het aantal rechtszaken en veroordelingen niet inzicht geeft in de kans op vervolging en de gevolgen van politieonderzoek.
De Raad van State overwoog dat het onderzoek van de staatssecretaris niet alleen moet zien op het aantal rechtszaken, maar ook op de wijze van toepassing van de wet, de maatschappelijke positie van homoseksuelen en de mogelijkheid tot bescherming tegen negatieve bejegening. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling en het hoger beroep van de staatssecretaris werden ongegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €490,00 ten behoeve van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.