ECLI:NL:RVS:2015:4063
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling wegens onvoldoende kennisvergaring
Bij besluit van 13 oktober 2015 legde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris voldoende kennis had vergaard over bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling, die tot toepassing van een lichter middel hadden kunnen leiden. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was gebeurd, mede omdat de verklaring van de vreemdeling in het besluit niet was ondersteund door proces-verbaal en dat de standaardvragen van de Koninklijke Marechaussee niet bewezen konden worden.
De Raad van State overwoog dat hoewel het verdedigingsbeginsel vereist dat de vreemdeling de mogelijkheid krijgt bijzondere omstandigheden aan te voeren, de schending daarvan alleen tot nietigheid leidt als deze daadwerkelijk de mogelijkheid tot verweer heeft ontnomen en de uitkomst van de procedure had kunnen beïnvloeden. De rechtbank had onvoldoende onderbouwd dat dit het geval was. Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Ook het bezwaar dat de vreemdeling in het Engels en niet in het Kurmanji was gehoord, werd verworpen omdat niet was geconcretiseerd welke feiten daardoor niet naar voren konden worden gebracht en welke schade daardoor was geleden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.